"Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan"

-Pippi Langkous-

Rekenen

Het leren rekenen wordt over het algemeen gezien als een te moeilijk en te abstract vakgebied voor kinderen met Downsyndroom. Rekenen is voor kinderen zonder Downsyndroom vaak al lastig! Vaak wordt er nog gedacht dat kinderen met Downsyndroom het rekenen niet nodig hebben. Niets is minder waar, denk maar eens aan deze alledaagse activiteiten waar rekenen ontzettend belangrijk is; klokkijken, boodschappen doen en geldrekenen, koken, gebruik maken van openbaar vervoer etc.  

Doordat bij kinderen met Downsyndroom de taal,- en spraakontwikkeling langzamer verloopt, zal er ook een vertraagde rekenontwikkeling zijn. Hierdoor start deze later dan de taalontwikkeling. Om tot rekenontwikkeling te kunnen komen, is het belangrijk dat er al vroeg gestart wordt met het leren lezen en spreken. Niet enkel taal en spraak zijn belangrijk bij het leren rekenen. Ook het geheugen is belangrijk. Zoals eerder te lezen hebben kinderen met Downsydroom meer moeite om auditieve informatie te verwerken en te onthouden (informatie die via het gehoor wordt gegeven). Ook bij de methode Rekenlijn wordt er een beroep gedaan op hun sterke kant; het visueel verwerken en onthouden van informatie. Het geheugen kan getraind worden door herhaling. Hierdoor deze vast te zetten in het lange termijn geheugen. De Rekenlijn speelt in op de visuele sterkte en het herhalen van rekenvaardigheden. 

 

" If a child can't learn the way we teach, maybe we should teach the way they learn."

(Ignacio Estrada)

Van baby en peuter af aan kunnen leuke telliedjes worden gezongen; 1,2,3,4 hoedje van, het tellen van speelgoed en hun eerste pasjes die ze lopen! Door dit 'rekenen' op een toffe manier te introduceren bij de kinderen, ontwikkelen zij vaardigheden en motivatie om later echt te willen leren rekenen.

De Rekenlijn kan al vanaf peuterleeftijd ingezet worden. De Rekenlijn begint bij het aanvankelijk rekenen. Hier worden alle kleien stapjes omschreven die een voorbereiding vormen om in een later stadium over te gaan op echte plus,- min en spitssommen.

Het aanvankelijk en voorbereidend rekenen is opgedeeld is verschillende vaardigheden;

Globale aantallen en cijfers herkennen
Tellen en terugtellen
Volgorde van de getallen
Aftellen van hoeveelheden
Vergelijken van hoeveelheden, evenveel-meer-minder
Splitsen van kleine aantallen met concrete voorwerpen
Ruimtelijke begrippen en rangtelwoorden
Cijfers schrijven
Seriëren

Het lijkt een intensieve en jarenlange durende aanpak, maar in het alledaagse leven kunnen al veel van deze deelvaardigheden worden geoefend. Bijvoorbeeld bij het aankleden; 1 shirt trek ik aan en 2 schoenen! Overal om en in huis kom je cijfers tegen; op de klok, op de nummerplaat van de auto, in boekjes, op tv. Deze kunnen telkens worden benoemd. Bij het zingen van kinderliedjes, kan de telrij worden geoefend. Het aftellen van hoeveelheden kan ook tijdens het eten; hoeveel stukjes appel eet je? Cijfers schrijven in de zandbak is super leuk om samen te doen.

Daarna kun je via de methode De Rekenlijn tot 10, de plus- en minsommen tot de 10 aanleren. Deze module bestaat uit de leerlijnen: 

  1. Introductie tot de blokjes en getallenlijn
  2. Plussommen tot 10 (en tussen 10 en 20) 
  3. Splitssommen tot 10 (later worden hier de minsommen aan gekoppeld) 
  4. Tellen en getallen tot 100
  5. Cijfers schrijven 

 

In de vervolgmethode Rekenlijn tot 100, module 1A,  leren de kinderen ook de plussommen tot 100 binnen het tiental. 

  1. Optellen met tientallen 
  2. Optellen van eenheden binnen het tiental 
  3. Optellen van tientallen en eenheden 

 

De module daarop volgend van Rekenlijn tot 100, leert de 'plussommen met sprong over het tiental' (module 1B)

 

 

In de methode Rekenlijn wordt uitgegaan van de leerpsychologie van kinderen met Downsyndroom. De stapjes zijn klein en systematisch opgebouwd. Er wordt rekening gehouden met hun beperking op het gebied van het sequentieel geheugen en er wordt extra aandacht besteed aan het verinnerlijken en automatiseren van de leerstof.
Het gebruik van hulpmiddelen wordt in iedere fase bewust afgebouwd. Het kind leert werken volgens geheugenbeelden en strategieën. Het uitrekenen door middel van tellen wordt ontmoedigd en vervangen door slimmere en snellere strategieën.

Vanaf het begin wordt gewerkt aan het ontwikkelen van inzicht. De methode is erop gericht ‘nep-rekenen’ te voorkomen. Bijvoorbeeld: Een kind kan rekenen tot 20 op het telraam, maar kan zonder dit telraam geen enkele som uitrekenen. Doel is een kind echt zelfstandig te leren rekenen. We vertellen het kind: ‘Rekenen is denken, je doet het met je hoofd’. 
Het door elkaar aanbieden van verschillende stappen wordt ook zorgvuldig voorbereid. Zo worden de +1 sommen eerst aangeleerd, daarna de +2 sommen, en vervolgens pas het maken van beide somtypen door elkaar.
Aan het toepassen van nieuwgeleerde stappen in dagelijkse situaties wordt ook expliciet aandacht besteed, zodat het rekenen geen geïsoleerde vaardigheid blijft.

Door de zorgvuldige opbouw van stappen en de mogelijkheden voor individuele aanpassing is de methode een veilige weg naar betekenisvol rekenen voor een grote groep kinderen met Downsyndroom of met andere leerproblemen.

(bron: www.stichtingscope.nl)