Reuven Feuerstein

De Feuerstein methode heeft over de hele wereld veel bekendheid gekregen door de positieve benadering van mensen met een ontwikkelingsachterstand. Feuerstein gaf met zijn uitspraak:

"Kan niet, bestaat niet! Als er al een plafond is, dan ken ik hem niet!",

aan dat iedereen zijn leven lang kan blijven leren en zich verder kan blijven ontwikkelen. Het belangrijkste uitgangspunt van Feuerstein is de overtuiging dat elk mens veranderbaar is en in staat is om zijn denkvermogen te versterken om zo een autonomer, zelfstandiger mens te worden. De begeleider (ouder, leerkracht, hulpverlener) speelt een cruciale rol. Hij is degene die via doelgerichte, activerende interactie (mediatie) het kind helpt zijn denkvermogen te vergroten. 

 

 

Reuven Feuerstein werd geboren in 1921 in Roemenië. Hij is zijn loopbaan begonnen als onderwijzer. In 1944 wist hij te ontkomen aan de Duitse bezetting en vluchtte naar Israël. Na de oorlog kwam hij naar Europa om bij te dragen aan de opvang van de kinderen uit de concentratiekampen.

Bij de IQ-testen die Feuerstein afnam om onderwijsvoorzieningen op te zetten, scoorden de kinderen erg laag. Feuerstein kwam tot het inzicht dat deze IQ-test geen goed instrument was omdat het geen rekening hield met de vreselijke ervaringen die de kinderen hadden meegemaakt. Feuerstein had het idee dat deze kinderen meer mogelijkheden hadden dan de test aangaf. Feuerstein ging in de leer bij Jean Piaget en Andre Rey. Met behulp van instrumenten van Piaget en Rey kreeg Feuerstein zicht op wat er met de kinderen aan de hand was. Er was bij hen sprake van tekorten in het cognitief functioneren waardoor het leren in schoolse situaties belemmerd werd.

In de jaren daarna heeft Feuerstein veel met kinderen gewerkt waarbij gedacht werd dat zij aan hun 'plafond' zaten. Feuerstein geloofde niet in dit plafond en kwam tot de conclusie dat het zogenaamde plafond bereikt wordt doordat de manier van leren beperkingen geeft. Feuerstein heeft in al die jaren zijn theorieën en instrumenten ontwikkeld.

"Intelligence is not a static structure, but an open, dynamic system that can continue develop throughout life"

-Reuven Feuerstein-

Structurele cognitieve modificeerbaarheid

Om de cognitieve vaardigheden te ontwikkelen heeft Feuerstein de theorie van de 'structurele Cognitieve Modificeerbaarheid' ontwikkeld. Door een actieve interactie met een begeleider (mediator) kan de ontwikkeling van de cognitieve vaardigheden van een persoon worden gestimuleerd. Deze persoon krijgt van de mediator denk,- en leervaardigheden aangeboden.  De theorie van Feuerstein is gebaseerd op een optimistische visie over het natuurlijk menselijke vermogen om te veranderen en zich aan de omgeving aan te passen.  

Alle mensen zijn modificeerbaar, te veranderen.

 Feuerstein legt vooral de nadruk op het cognitieve aspect, maar negeert het emotionele en sociale zeker niet. Feuerstein stelt dat wanneer personen beschikken over een adequate woordenschat, nauwkeurigheid en vergelijkend gedrag, goed hypothetisch denken en een manier om juiste conclusies te trekken (cognitieve bouwstenen), zal deze persoon de mogelijkheid hebben om meer inzicht te krijgen in zijn emoties en andere ervaringen.

Structurele

= blijvende/duurzame

Cognitieve

= informatieverwerking

Modificeerbaarheid

= verandering

 Mediatie/ gemedieerde leerervaring

Kinderen leren veel van een directe blootstelling aan stimuli. Je ervaart een prikkel, iets wat je ziet, hoort of voelt en je reageert daarop door iets te doen. Bijvoorbeeld wanneer een kind zich pijn doet aan wat warms. Door je reactie wordt je geleerd om iets vaker te doen of juist niet.

Wanneer kinderen alleen via deze wegen leren, blijft hun wereld beperkt.  Teveel dingen die wij weten zijn niet door eenvoudig contact met prikkels uit te leggen. Feuerstein stelt dat de tussenkomst van een ander mens belangrijk gebeuren is bij het leren. Die vorm van leren noemt Feuerstein een "gemedieerde leerervaring". Dit is een leerervaring waarbij een menselijke tussenpersoon (de mediator) de prikkels uit de omgeving bewust en doelgericht aanpast om een persoon daar zoveel mogelijk van te laten leren.  De mediator geeft geen antwoorden op wat de kinderen bedenken. De mediator geeft tips, een opmerking of een vraag waardoor het kind verder kan. De mediator activeert het vermogen bij het kind om zelf oplossingen te bedenken. De mediator zet de talenten van het kind in om om het probleemoplossend vermogen te vergroten, en daarmee zijn vaardigheden. Het gaat om het leren leren; ontwikkeling en niet om het leren van lesstof. 

(Bron: Bouwen aan leren leren. Prof. Jo LeBeer)